Discussie over duurzaamheid: kijk naar de feiten

14-11-2019  |  Door: Johan en Gert-Jan Buunk  |  Blog

Het verkleinen van de veestapel lijkt wel de Haarlemmerolie voor elke klimaat- en duurzaamheidsdiscussie in Nederland. Met het verminderen van het aantal dieren verdwijnt de CO2-uitstoot en is ook het probleem van de stikstofdepositie in natuurgebieden opgelost. Althans dat is de boodschap die de ‘anti-boerenlobby’ iedereen wil doen geloven. Dat ze selectief shoppen in onderzoeken, meningen vermengen met feiten en met vooringenomen aannames werken, staat niet in de bijsluiter.
Ondertussen worden de verhalen waarin de sector in een kwaad daglicht wordt gesteld volop de wereld in geslingerd en gretig door de media opgepikt. Zo beĆÆnvloeden ze de maatschappelijke discussie en de politieke besluitvorming. Lang, misschien wel te lang, heeft de agrarische sector dit laten gebeuren. Totdat Tjeerd de Groot met zijn oproep tot halvering van de veestapel agrarisch Nederland zo heeft gekrenkt dat reacties niet konden uitblijven.

Gesprekken over duurzaamheid of maatschappelijk gevoelige issues moeten we als sector niet uit de weg gaan. Sterker nog: luisteren naar wat de maatschappij en de markt van ons verlangen, is het bestaansrecht voor elke bedrijfstak, voor elke ondernemer en dat geldt ook voor de pluimveesector.
Een voorwaarde is wel dat we zo’n discussie met elkaar zuiver voeren. Niet op basis van halfbakken waarheden, maar op basis van feiten. Hoe zit het echt en wat is de werkelijke impact van de veehouderij op de uitstoot? Een mooi voorbeeld hiervan is de CO2- discussie. Van de totale CO2-uitstoot in Europa is ‘slechts’ 9 procent gerelateerd aan de landbouw.
Voor de duidelijkheid: dit is veehouderij inclusief de plantaardige productie. Halveren van de consumptie van dierlijke eiwitten, wat sommigen als de heilige graal zien, levert slechts 2 tot 4 procent voordeel op. Immers wie geen vlees eet, zal dit vervangen door plantaardige eiwitten. De feiten liggen dan ook nogal anders dan wat de burger via de media aan meningen krijgt voorgeschoteld.

In werkelijkheid hebben we als sector onze verantwoordelijkheid genomen en dragen we ons steentje bij aan de vermindering van de uitstoot. Sterker nog: de agrarische sector is zelfs een van de weinige bedrijfstakken die de klimaatdoelstellingen haalt.
Betekenen deze cijfers dat we achterover kunnen leunen? Nee hoor. We blijven ons voortdurend verbeteren. Kip en eieren scoren al relatief gunstig op de CO2-meetlat.
Nog betere technische resultaten, zorgen voor een efficiĆ«ntere benutting van grondstoffen en verminderen de CO2-uitstoot per kilogram vlees of per ei. Daarnaast kijken we naar de keuze van de grondstoffen en produceren we voeders met duurzaam geteelde soja. Steeds meer pluimveehouders produceren al volledig energieneutraal.

De pluimveesector heeft in het verleden bewezen zich enorm snel aan te kunnen passen aan wensen vanuit de maatschappij. Dit zie je terug in tal van concepten die inspelen op dierwelzijn, voedselveiligheid en duurzaamheid. U vraagt en wij draaien, dat is waar de pluimveesector in uitblinkt. En dat is ook waar we als De Hoop van toegevoegde waarde kunnen zijn. Voerprogramma’s maken die bijdragen aan een duurzame sector en waarmee u als pluimveehouder een rendabel bedrijf kunt runnen. Ook hier geldt dat uiteindelijk de feiten voor zich spreken.

Johan en Gert-Jan Buunk