Stefan Donkers deelt ervaringen Ross 308 en Ranger Classic

6-12-2018  |  Door: De Hoop  |  Categorie: Vermeerdering

Vermeerderaar Stefan Donkers in Boerdonk heeft de lopende ronde zowel een regulier als een langzamer groeiend ras: respectievelijk de Ross 308 en de Ranger Classic. In het afgelopen magazine vertelde hij al over de uitdagingen van een voor hem nieuw ras (Ranger Classic) en de verschillen tussen beide rassen in de opstartfase. Op 42 weken maken we met Donkers een tussenbalans op en zoomen in op een aantal opvallende verschillen.

“Over het geheel ben ik tevreden hoe beide rassen presteren”, begint de Brabantse vermeerderaar. Voor hem is de ‘reguliere’ Ross 308 het vergelijkingsmateriaal, omdat hij dit ras al meerdere rondes heeft gehad en als zijn broekzak kent. Wat volgens Donkers meteen opvalt is de beweeglijkheid van de Rangers. “Je loopt daardoor veel gemakkelijker door de stal. De keerzijde is dat de dieren wat paniekeriger zijn. Maar al met al vind ik het prettige dieren om mee te werken. Door de beweeglijkheid kom je op de gekste plekken ‘grondeieren’ tegen. Laatst lag er eentje boven op de luchtinlaatklep.”

Start van de ronde
De Ranger Classics kwamen (te) vroeg in productie. Toen ze van de opfokker kwamen, waren de eerste hennen al bijna aan de leg. Door die vroege productie waren er meer kleine eieren en meer dubbeldooiers. Of dit in het ras zit of in de opfok is Donkers niet helemaal duidelijk. De dieren doen er sowieso langer over om op streefgewicht te komen. Het aantal grondeieren ligt bij de Ranger Classic bijna een procentpunt hoger. “Daarbij moet ik wel aantekenen dat ze in een stal zitten waar ik altijd meer grondeieren heb”, nuanceert Donkers. “Het verschil is echter nu wel wat groter dan ik gewend ben.”

Schrokkers en langzame eters
Een ander verschil zit in het voeren en de watergift. De Ross 308 zijn snelle eters die het voer snel naar binnen schrokken. De Rangers zijn veel rustigere eters. Ze zijn minder gefixeerd op vreten waardoor ze meer tijd nemen om het voer op te nemen. De voeropname is overigens prima; ook tijdens de hete dagen in de afgelopen zomer namen de Rangers met gemak voldoende voer op. De voeropname in de productiefase is volgens het schema bij Ranger Classic zo’n 20 gram per dag lager dan bij de Ross 308.

Piekproductie en persistentie
De piekproductie lag bij de Ross 308 hoger dan bij de Ranger Classic, respectievelijk 91,2 procent en 88 procent. De productie van de Ranger Classic daarentegen is persistenter en daalt minder snel. Op week 42 ligt het legpercentage van beide rassen gelijk op 83 procent. Donkers verwacht binnen twee weken een omslagpunt en dan zal het legpercentage bij de Ranger Classic het hoogst zijn.

Lees hier het volledige artikel zoals deze verschenen is in de Hart voor Pluimvee