'Het gaat om het totaalplaatje: uitstekende technische resultaten en het voorkomen van faalkosten'

3-11-2017  |  Door:   |  Categorie: Vleeskuikens

Het vleeskuikenbedrijf Reitsma-Hazelhoff stuurt op kwaliteit en betrouwbare resultaten. Dat betekent technisch scherp draaien zonder de streep op te zoeken, maar daardoor zeer lage faalkosten als uitval en afkeur. Met deze benadering lukt het de Friese ondernemers al jaren
achtereen heel constant een uitstekend saldo te realiseren. In het Noord-Friese Ferwerd, zo’n 10 kilometer van de Waddenzee, runnen vader Symen Johannes Reitsma met zijn vrouw en hun zonen Nanko Jan en Jan Herman een akkerbouw- en vleeskuikenbedrijf. Het frisse Friese land leent zich bij uitstek voor de teelt van pootaardappelen, wat dan ook een belangrijk deel van het 100 ha grote akkerbouwareaal beslaat. Het gaat om stamselectie waarbij ze na drie seizoen vermeerdering hoogwaardig pootgoed kunnen leveren. “Dit vraagt om nauwkeurig werken en er heel kort op zitten. Dat past wel bij ons. Wij gaan altijd voor kwaliteit”, vertelt vader Reitsma. Het bouwplan telt verder onder meer uien, graszaad en granen. De tarwe die ze telen gaat naar de vleeskuikens en voor de opslag staat een glimmende graansilo op het erf.

Bedrijf in balans
De keuze om het van oorsprong melkveebedrijf met een tak akkerbouw in de jaren zeventig om te bouwen naar het huidige bedrijf zegt wat over de ondernemersfilosofie. “Het gaat om het totaalplaatje van je bedrijf. Van arbeidsbezetting, financiering en omloopsnelheid van de financiële
middelen tot aan risicospreiding”, stelt vader Reitsma. Na het vertrek van de koeien teelde hij ruim tien jaar bloembollen. Om het bedrijf toekomstbestendig te maken en ruimte te creëren voor bedrijfsopvolging koos hij ruim twintig jaar geleden voor vleeskuikens als tweede tak. “Qua arbeid prima te combineren met akkerbouw.” In 1998 verrees de eerste vleeskuikenstal van 2.200 m2 voor ongeveer 50.000 kuikens.

Vernieuwen in vleeskuikens
De pluimveetak is in twee stappen (nieuwbouw in 2013 en 2016) flink uitgebreid. “Het pluimvee is inmiddels de grootste tak op ons bedrijf”, vertelt zoon Nanko Jan. De stallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 8.200 m2. “Het praten in diertallen heeft met de opkomst van de
conceptkuikens niet zoveel zin. Het maakt nogal verschil of we kuikens volgens de reguliere houderij of bijvoorbeeld Nieuwe Standaardkip houden.” Ruim anderhalf jaar geleden schakelde het bedrijf over op het NSK-concept en investeerde toen onder andere om daglicht in de stal te krijgen. “Dat is ons prima bevallen. Het draaide vanaf de eerste ronde als een tierelier. Minder rondes per jaar kwam ons qua arbeid ook goed uit.”

Produceren wat de markt vraagt
Op verzoek van de slachterij houdt Reitsma nu tijdelijk weer een paar rondes reguliere kuikens. “De markt bepaalt de vraag”, stelt Symen Johannes. “Langzaam groeiend is een trend en de vraag is of dat ook blijft. Wat zijn de gevolgen van de Brexit, waar richt Wakker Dier zijn pijlen op of wat
beslissen grootwinkelbedrijven? Maar ook: wat beslist de politiek? Belangrijk is dat we als sector een licence-to-produce hebben. Dat is een voorwaarde voor de toekomst van de sector. Ik verwacht dat in de toekomst vaker flexibiliteit van de pluimveehouder zal worden gevraagd. Voor ons was het wel weer even schakelen. De instellingen in de stal hebben we aangepast, maar het
belangrijkste is dat je als pluimveehouder een andere mindset nodig hebt. De manier van mesten is toch net anders en daar moet je na anderhalf jaar toch weer aan wennen.”

Makkelijk draaien
Samen met pluimveespecialist Erik Dinkla bespraken de pluimveehouders hoe ze de
relaxte manier van pluimvee houden ook bij de reguliere kuikens kunnen realiseren.
“We willen zekerheid en geen gedonder met onverwachte tegenvallers. Voor ons is het belangrijk om makkelijk te draaien. Als je wilt pieken met de technische resultaten en de rand opzoekt, loop je het risico dat je over de rand valt. Dat willen we niet. Met één slechte ronde kun je meer kwijt zijn dan het eventuele voordeel dat je in een heel jaar kunt opbouwen. En dan praat ik nog niet eens over de stress die je ervan hebt. We hebben liever wat buffer. Op kosten letten is goed, maar bespaar niet op essentiële zaken als kuikenkwaliteit en voer.”

 

Voor de overstap op reguliere kuikens zijn de klimaatinstellingen aangepast.
De silo voor de opslag van de zelf geteelde tarwe.
Pluimveespecialist Erik Dinkla (links) in overleg met Nanko Jan en Symen Johannes Reitsma.